„Schließlich ertrugen wir seine Gegenwart nicht mehr, obwohl wir den Grund dafür lieber in der Zuspitzung seiner gewohnten Verschrobenheit suchten als in der unvorhergesehenen Veränderung seines Verhaltens.“
„Uiteindelijk verdroegen wij zijn aanwezigheid niet meer, hoewel wij de reden daarvoor liever zochten in de toespitsing van zijn gewone zonderlingheid dan in de onvoorziene verandering van zijn gedrag.“