„Er kam als Vorbote des Kriegsendes.“
„Hij kwam als voorbode van het einde van de oorlog.“
„Gelahrte Männer haben in ihren Büchern mancherlei über die vielen Vorboten aufgezeichnet, welche die Beulenpest auf Island ankündigten.“
„Geleerde mannen hebben in hun boeken allerlei opgetekend over de vele voortekenen die de builenpest op IJsland aankondigden.“