„Fünf bis sechs jüngere Wilde waren mit dem Ausweiden der Tiere beschäftigt, denen sie die Haut abzogen, die Vorderschenkel und Keulen abschnitten und nacheinander an die Hölzer hingen.“
"Vijf tot zes jongere wilden waren bezig met het ontweiden van de dieren, waarvan ze de huid aftrokken, de voorpoten en bouten afsneden en een voor een aan de houten staken hingen."