Raum oder Aufbewahrungsort, an dem Vorräte gelagert werden, speziell Nahrungsmittelvorräte
In der Vorratskammer haben wir noch zwei Packungen Mehl und zwölf Dosen Mais.
In de voorraadkamer hebben we nog twee pakken meel en twaalf blikken mais.
Was nicht in den Kühlschrank muss, lagern wir in der Vorratskammer, die gleich neben der Küche liegt.
Wat niet in de koelkast hoeft, bewaren we in de voorraadkamer, die direct naast de keuken ligt.