„Am Wege entlang stehen Pyramidenpappeln, Weiden und wilde Obstbäume; die Hügel sind niedrig; vor uns in weiter Ferne blaue Berge, aber auch diese scheinen niedrig.“
“Langs de weg staan pyramidepopulieren, wilgen en wilde fruitbomen; de heuvels zijn laag; voor ons in de verre verte blauwe bergen, maar ook die lijken laag.”
2
wilgenhout- houtsoort van de loofboom uit het geslacht Salix
Holzart des Laubbaumes aus der Gattung Salix
Weide ist ein Weichholz.
Wilgenhout is een zachthout.
3
weide- weiland waarop men vee houdt
Wiese, auf der man Vieh hält
Im Frühjahr werden die Kühe auf die Weide getrieben.
In het voorjaar worden de koeien naar de weide gedreven.
„Es gibt lange, ansteigende Weiden, die von Baumreihen begrenzt werden.“