herontdekking- opnieuw vinden van iets dat intussen onbekend, verloren was
erneute Auffindung von etwas zwischenzeitlich Unbekanntem, Verlorenem
„Dass sich das Werkchen doch erhalten hatte, grenzt an ein Wunder, und seine mühevolle Wiederentdeckung ist eine schöne Detektivgeschichte der Philologie.“
„Dat het werkje toch bewaard was gebleven, grenst aan een wonder, en zijn moeizame herontdekking is een mooi speurdersverhaal van de filologie.“