„Die Wintersaat hatte sich bereits verfilzt und zeichnete sich lichtgrün von den Streifen der braun gewordenen, vom Vieh zertretenen Winterstoppeln, der lichtgelben Sommerstoppeln und den rötlichen Buchweizenstreifen ab.“
„De winterzaai was al vervilt geraakt en tekende zich lichtgroen af tegen de stroken van de bruin geworden, door het vee vertrapte winterstoppels, de lichtgele zomerstoppels en de roodachtige boekweitstroken.“