Wir genossen unseren ruhigen Winterspaziergang im verschneiten Wäldchen.
Wij genoten van onze rustige winterwandeling in het besneeuwde bosje.
„Auch schön für einen Winterspaziergang sind die Schären, wenn die Klippen und Wiesen vom Weiß bedeckt sind und das flache Wasser am Ufer in Eis erstarrt ist.“
„Ook mooi voor een winterwandeling zijn de scheren, wanneer de klippen en weiden met wit zijn bedekt en het ondiepe water aan de oever tot ijs is bevroren.“