„Björgvin schluckt das kalte Wasser, Steinunn setzt sich mit dem Heft zu ihm, ihr grobknochiges Gesicht, das selten die Witterungsumschwünge ihres Seelenlebens verbirgt, steht vor Staunen offen.“
„Björgvin slikt het koude water door, Steinunn gaat met het schrift bij hem zitten, haar grofgebouwde gezicht, dat zelden de weersomslagen van haar zielenleven verbergt, staat open van verbazing.“