„Er legte sich angezogen aufs Bett, schlug die Wolldecke um sich und versuchte, zu entspannen.“
„Hij ging aangekleed op bed liggen, sloeg de wollen deken om zich heen en probeerde zich te ontspannen.“
„Über die Rückwand des Sofas hatte er eine gehäkelte Wolldecke drapiert.“
„Over de achterleuning van de bank had hij een gehaakte wollen deken gedrapeerd.“