„Wenn einer vor der Klasse etwas ausdrucksvoll vorlas oder vortrug und alle anderen aufmerksam zuhörten, dann war das Rollenschema der Ansprache und Verkündigung bereits durch den Wortlaut fixiert.“
„Wanneer iemand voor de klas iets expressief voorlas of voordroeg en alle anderen aandachtig luisterden, dan was het rolpatroon van toespreking en verkondiging reeds door de bewoording vastgelegd.“
„Auch empfand er das Bedürfnis, manchmal Dinge in Ruhe für sich zu überlegen und wenn ihm der genaue Wortlaut nicht mehr geläufig war, sozusagen nachzuschlagen und sich seiner zu vergewissern.“
„Ook voelde hij de behoefte soms dingen in alle rust voor zichzelf te overdenken en wanneer hem de precieze bewoording niet meer voor de geest stond, die als het ware op te zoeken en zich ervan te vergewissen.“