Er bezahlte mit einem Zehndollarschein.
Hij betaalde met een tiendollarbiljet.
„Silver griff in die Tasche, zog einen Zehndollarschein heraus, küßte ihn und steckte ihn in die andere Seite seines Jacketts.“
„Silver greep in zijn zak, haalde er een tiendollarbiljet uit, kuste het en stak het in de andere kant van zijn jasje.“