„Geübt schnallte ich die Taschen von meinem Rad, lud den schweren Packsack vom Gepäckträger und breitete die Zeltplane auf dem Boden aus.“
„Behendig maakte ik de tassen van mijn fiets los, haalde de zware bepakking van de bagagedrager en spreidde het tentzeil op de grond uit.“
„Ich wickelte mich in meine Zeltplane und sah an den Stämmen hinauf, die unsere Lichtung umgaben wie eine Palisade.“
„Ik wikkelde me in mijn tentzeil en keek omhoog langs de stammen die onze open plek omringden als een palissade.“