
samenwonen- samen met een partner leven
gemeinsam mit einem Partner leben
samenleven- samen met anderen wonen, op een krappe ruimte, in een begrensd gebied met anderen leven
gemeinsam mit anderen wohnen, auf engem Raum, in einem begrenzten Gebiet mit anderen leben
aan elkaar wennen- in de loop van een zekere tijd van samenleven zich op elkaar instellen, goed met elkaar kunnen opschieten
im Laufe einer gewissen Zeit des gemeinsamen Lebens sich aufeinander einstellen, gut miteinander zurechtkommen