Der Geldautomat gab abgehobenes Geld nur noch in Zwanzigmarkscheinen aus.
De geldautomaat gaf opgenomen geld alleen nog in twintigmarkbiljetten uit.
„Ich nahm einen Zwanzigmarkschein, ein Zweimarkstück und fünfzig Pfennig, nahm Wolfs rechte Hand, öffnete sie und drückte das Geld hinein.“
„Ik nam een twintigmarkbiljet, een stuk van twee mark en vijftig pfennig, nam Wolfs rechterhand, opende die en drukte het geld erin.“