„Auf Einwortsätze folgen Zweiwortsätze und dann im kurzen Abstand Mehrwortsätze.“
„Op eenwoordzinnen volgen tweewoordzinnen en dan kort daarna meerwoordzinnen.“
„Sprechsprache des Alltags hat überwiegend unvollständige Sätze, Ellipsen, Einwortsätze, Zweiwortsätze, Dreiwortsätze, Interjektionen undsoweiter.“
„Alledaagse spreektaal heeft overwegend onvolledige zinnen, ellipsen, eenwoordzinnen, tweewoordzinnen, driewoordzinnen, interjecties enzovoort.“