
afvuren- een projectiel, een raket/granaat, een pijl (een projectiel) uit een wapen vuren
ein Projektil, eine Rakete/Granate, einen Pfeil (ein Geschoss) aus einer Waffe feuern
neerhalen- door een schot gevechtsonbekwaam maken of vernietigen
durch einen Schuss kampfunfähig machen oder zerstören
doodschieten- door een schot vermoorden of gevechtsonbekwaam maken
durch einen Schuss ermorden oder kampfunfähig machen
afschieten- door een schot scheiden van het lichaam, of van een plaats waar iets zich bevond
durch einen Schuss vom Körper, oder einem Ort, an dem sich etwas befand, trennen
wegwerken- iemand door oneerlijke praktijken, niet helemaal eerlijke methoden, verwijderen uit de positie die iemand bekleedt
jemanden durch unlautere Praktiken, nicht ganz faire Methoden, aus der Position entfernen, die jemand innehat
wegschieten- met kracht voorwaarts vervoeren
mit Wucht vorwärts befördern
zich bedrinken- zich sterk bedrinken
sich stark betrinken