
zinken- in de diepte, naar beneden zinken
in die Tiefe, nach unten sinken
dalen- zich verlagen en daarbij lager worden
sich senken und dabei niedriger werden
afnemen- lager, geringer worden
niedriger, geringer werden
verslechteren- afnemen, slechter worden
nachlassen, schlechter werden
afglijden- moreel aftakelen
moralisch herunterkommen