
passen- een spelvoorwerp in het spel brengen, aan een medespeler doorgeven, naar hem toespelelen
ein Spielgerät ins Spiel geben, an einen Mitspieler weitergeben, ihm zuspielen
zich afspelen- een dramatische gebeurtenis voltrekt zich, neemt zijn loop
ein (dramatisches) Ereignis vollzieht sich, nimmt seinen Lauf
afspelen- een dvd, een film, een band, een video met een apparaat weergeven
eine DVD, einen Film, ein Tonband, ein Video durch ein Gerät wiedergeben
spelen- nootvoorschriften aflezen en in klankreeksen omzetten
Notenvorgaben ablesen und in Klangfolgen umsetzen
uitspelen- een spelverloop tot het einde brengen
einen Spielvorgang bis zum Ende führen