
aanbijten- een hap van iets nemen; een stuk afbijten; beginnen te eten, beginnen te kauwen
einen Bissen von etwas nehmen; ein Stück abbeißen; anfangen zu essen, anfangen zu kauen
toehappen- in het aas bijten, zich aan het aas vastbijten
in den Köder beißen, sich an den Köder hängen
ingaan op- op een aanbod ingaan, een voorstel aannemen
auf ein Angebot eingehen, einen Vorschlag annehmen