aanbotsen- onopzettelijk tegen de hoek van iets aanstoten
unabsichtlich an die Ecke von etwas anstoßen
Peter ist mit dem Auto an der Garage angeeckt.
Peter is met de auto tegen de garage aangebotst.
Wenn Robert mit dem SUV seiner Frau unterwegs ist, hat er ständig Angst, damit irgendwo anzuecken.
Als Robert met de SUV van zijn vrouw onderweg is, is hij voortdurend bang daarmee ergens tegenaan te botsen.
2
aanstoot geven- negatief opvallen, voor ergernis en misnoegen zorgen
negativ auffallen, für Ärger und Missfallen sorgen
Mit ihrer kompromisslosen Art eckt Claudia überall an.
Met haar compromisloze aard geeft Claudia overal aanstoot.
Nachdem sich Julian und Henriette zunächst gut verstanden hatten, ist/hat er bei ihr dann doch noch ziemlich wegen chauvinistischer Bemerkungen angeeckt.
Nadat Julian en Henriette elkaar aanvankelijk goed hadden begrepen, heeft hij bij haar toch nogal aanstoot gegeven met chauvinistische opmerkingen.