„Erhardt erinnerte an den kauzigen Onkel, der sich beim Familienfest vom Ledersofa hinterm Nierentisch erhebt und, linkisch und leicht angeschickert, ein paar bunte Nummern „zum Allerbesten“ gibt.“
“Erhardt herinnerde aan de zonderlinge oom, die zich bij het familiefeest van de leren bank achter de niervormige tafel verheft en, onhandig en licht aangeschoten, een paar bonte nummers ten beste geeft.”