
voordrogen- iets een beetje droger maken, maar zo dat er nog een rest vocht aanwezig is
(etwas) ein wenig trockener machen, aber so, dass noch ein Rest Feuchtigkeit vorhanden ist
vastdrogen- droog en hard worden en daarbij ergens blijven kleven
trocken und fest werden und dabei irgendwo haften bleiben
aandrogen- een beetje droger worden, wat vocht verliezen
ein wenig trockener werden, etwas Feuchtigkeit verlieren