
aanslaan- iets door een opening aan te brengen openen, zodat de inhoud eruit kan stromen (vooral een vat)
etwas durch einen Stich öffnen, so dass der Inhalt herausfließen kann (besonders ein Fass)
aftappen- iets (telefoon-, waterleiding, computer) zo manipuleren dat ongemerkt kan worden meegeluisterd/meegelezen/meegebruikt
etwas (Telefon-, Wasserleitung, Computer) so manipulieren, dass etwas unbemerkt mitgehört/mitgelesen/mitgenutzt werden kann
uithoren- iemand uitvragen om bepaalde informatie te verkrijgen
jemanden ausfragen, um bestimmte Informationen zu erhalten
aftroggelen
jemanden um Geld bitten, von jemandem Geld erhalten wollen