„Von dieser mannshohen Basis hing ein Dickicht schlaffer, geringelter, blattloser Zweige von schriller, arsengrüner Färbung und gesäumt von weißlichen Borsten bis auf den Höhlenboden herab.“
„Van deze manshoge basis hing een wirwar van slappe, geringde, bladloze takken met een schrille, arseengroene kleur en omzoomd met witachtige borstels tot op de grotbodem neer.“