„Er kratzte sich am Cap und bemerkte, dass vielen Leuten nicht klar wäre, welche Schwierigkeiten ein völlig gewöhnlicher Linienbus bereiten könnte, wenn asphaltiert werden sollte.“
„Hij krabde zich aan zijn pet en merkte op dat het voor veel mensen niet duidelijk zou zijn welke moeilijkheden een volkomen gewone lijnbus zou kunnen veroorzaken wanneer er geasfalteerd moest worden.“
„Sie sollten zweihundertdreißig Kilometer einer zweispurigen Straße, die den ländlichen Süden des Landes mit der Hauptstadt im urbanen Norden verband, asphaltieren und markieren.“
„Zij moesten tweehonderddertig kilometer tweebaansweg, die het landelijke zuiden van het land met de hoofdstad in het stedelijke noorden verbond, asfalteren en markeren.“