
opvangen- iets of iemand die naar beneden valt, grijpen
etwas oder jemanden, das/der (nach unten) fällt, ergreifen
verzamelen- een vloeistof of een gas in zich opnemen, opsparen
eine Flüssigkeit oder ein Gas in sich aufnehmen, sammeln
onderbrengen- immigranten en of vluchtelingen samenbrengen en tijdelijk huisvesten
Einwanderer und/oder Flüchtlinge zusammenbringen und vorübergehend einquartieren
tegenhouden- iemand of iets op zijn weg ophouden; iets verhinderen zijn doel te bereiken
jemanden oder etwas auf seinem Weg aufhalten; etwas an der Erreichung seines Ziels hindern
pareren- een stoot, slag of iets dergelijks onderscheppen, afweren
einen Stoß, Schlag oder Ähnliches abfangen, abwehren
verzachten- de negatieve gevolgen van iets verzachten, verminderen
die (negativen) Auswirkungen von etwas abmildern, verringern
aanhouden- een vluchtende persoon vastnemen
eine fliehende Person festnehmen
oppikken- iets stiekem of toevallig vernemen, zien of horen
etwas heimlich oder zufällig erfahren, sehen oder hören
onderscheppen- een gesprek dat via de radio loopt toevallig inschakelen
ein über Funk laufendes Gespräch zufällig einschalten
rechttrekken- ter voorkoming van een neerstorting onder controle brengen
zur Verhinderung eines Absturzes unter Kontrolle bringen
opnemen- een steek die van de breinaald is gevallen weer op de naald zetten
eine Masche, die von der Stricknadel heruntergefallen ist, wieder auf die Nadel heben