
ophebben- op het hoofd dragen
auf dem Kopf tragen
open zijn- geopend zijn
geöffnet sein
als huiswerk hebben- moeten maken
machen müssen
open krijgen- in staat zijn iets te kunnen openen
in der Lage sein, etwas öffnen zu können
opgegeten hebben- zijn eten verbruikt hebben
sein Essen verzehrt haben