Die Pflaumen und Aprikosen lagen in Kisten, aber die schönsten Äpfel hatte man auf dem Holztisch direkt am Eingang aufgetürmt.
De pruimen en abrikozen lagen in kisten, maar de mooiste appels had men op de houten tafel direct bij de ingang opgestapeld.
„Die Teilnehmer des Hochzeitszuges überschütteten die Zuschauer mit kandierten Mandeln, dem traditionellen Hochzeitskonfekt, und türmten die übriggebliebenen Mandeln zu süßen weißen Bergen auf dem Brautbett auf.“
„De deelnemers aan de bruidsstoet overlaadden de toeschouwers met gesuikerde amandelen, het traditionele bruidssuikergoed, en stapelden de overgebleven amandelen op het bruidsbed op tot zoete witte bergen.“