
openmaken- iets (bijvoorbeeld een deur) openen of openmaken
etwas (zum Beispiel eine Tür) öffnen/aufmachen
opengaan- zich vanzelf openen
sich von selbst öffnen
zich voordoen- zich voordoen
sich ergeben
opscheppen- eten op het bord brengen
Essen auf den Teller bringen
opzetten- een hoofddeksel opzetten
eine Kopfbedeckung aufsetzen
vinden- (na lang zoeken iets zeldzaams of curieus op een ongewone plaats) vinden
(nach längerem Suchen etwas Seltenes/Skurriles an ungewöhnlichem Ort) finden
openen- een zaak openen
ein Geschäft eröffnen