
open trekken- door trekken openen
durch Ziehen öffnen
hijsen- omhoogtrekken; hijsen
hochziehen; hissen
grootbrengen- grootbrengen
großziehen
plagen- iemand plagen, een grap met iemand uithalen
jemanden necken, einen Spass mit jemandem treiben
opwinden- (door het draaien aan de kroon) een veer spannen; gebruiksklaar maken
(durch Drehen der Krone) eine Feder aufspannen; funktionsbereit machen
aantreden- naar een plaats marcheren en zich daar opstellen
an eine Stelle marschieren und sich dort aufstellen
opzetten- aantrekken; over het hoofd trekken
anziehen; über den Kopf stülpen
opkomen- naderbij komen, zich vormen
näher kommen, sich bilden
opspannen- op iets spannen
auf etwas spannen
uithalen- lostornen
auftrennen
optrekken- vloeistof omhoog trekken; vullen
Flüssigkeit hochziehen; füllen