
verscheuren- een geheel met opzet in twee of meer delen scheuren
ein Ganzes mit Absicht in zwei oder mehr Teile zerreißen
scheuren- vanzelf, door uiterlijke omstandigheden, in twee of meer delen scheuren of uiteenvallen
von alleine, durch äußere Umstände, in zwei oder mehr Teile zerreißen/zerfallen
uiteenrukken- personen of ook bij elkaar horende zaken abrupt, gewelddadig van elkaar scheiden
Personen oder auch Zusammengehöriges (abrupt, gewaltsam) voneinander trennen