
egaliseren- een verschil aan een of meer werkstukken/voorwerpen tot nul terugbrengen
eine Differenz an einem oder mehreren Werkstücken/Gegenständen auf Null vermindern
vereffenen- een openstaande rekening betalen; schulden/verplichtingen voldoen; verliezen verminderen
eine offene Rechnung bezahlen; Schulden/Verbindlichkeiten bedienen; Verluste verringern
salderen- bij een rekening door een overeenkomstige debet- of creditboeking het saldo op nul brengen
bei einem Konto durch entsprechende Soll- oder Habenbuchung den Saldo auf Null bringen
bemiddelen- in een ruzie/conflict tussen twee of meer personen bemiddelen
in einem Streit/Konflikt von zwei oder mehreren Personen vermitteln
compenseren- een gebrek of iets ontbrekends aanvullen of opwegen; goedmaken
einen Mangel oder etwas Fehlendes ergänzen oder aufwiegen; wettmachen
gelijkmaken- een achterstand door een doelpunt in een gelijkspel omzetten; de gelijkmaker scoren
einen Rückstand durch ein Tor in ein Unentschieden verwandeln; den Ausgleich erzielen