
uitspugen- iets uit de mond stoten
etwas aus dem Mund stoßen
spugen- speeksel uit de mond stoten
Speichel aus dem Mund ausstoßen
uitspuwen- overdrachtelijk, veel geld uitgeven
übertragen, (viel) Geld ausgeben
produceren- overdrachtelijk, grote hoeveelheden van iets uitwerpen; als resultaat voortbrengen
übertragen, (große Mengen von etwas) auswerfen; (als Ergebnis) hervorbringen
onthullen- overdrachtelijk, meestal als aansporing om informatie prijs te geven
übertragen, meist als eine Aufforderung, Information preiszugeben