bevriend raken- met iemand bevriend raken, iemands vriend worden
sich mit jemandem anfreunden, zu jemandem Freund werden
„Als die Mutter wieder gesund war, blieb die Tochter bei uns, sie hat bei uns gekocht, und so haben wir uns befreundet.“
„Toen de moeder weer gezond was, bleef de dochter bij ons, ze heeft bij ons gekookt, en zo zijn wij bevriend geraakt.“
2
zich verzoenen met- iets steeds positiever gaan beoordelen
etwas zunehmend positiv einschätzen
„Es ist etwas Eigenthümliches, wenn man bedenkt, dass sich der Mensch nicht mit der Idee befreunden kann, dass seine Ideen, die Ideen eines Menschen, eines Sterblichen, selber sterblich sind.“
„Het is iets eigenaardigs, als je bedenkt dat de mens zich niet met het idee kan verzoenen dat zijn ideeën, de ideeën van een mens, van een sterveling, zelf sterfelijk zijn.“