„Eigentlich bin ich da nur hin, um ihm eins auszuwischen und um mir seine Frau mal genauer zu begucken.“
„Eigenlijk ben ik daar alleen heen gegaan om hem een poets te bakken en om zijn vrouw eens beter te bekijken.“
„»Nun laß dich mal begucken. . .« Sie musterte mich eingehend. »Schön siehst du nicht aus, wahrhaftiger Gott!«“
„»Laat je nu eens bekijken...« Ze monsterde me grondig. »Mooi zie je er niet uit, ware God!«