optuigen- een zeilschip met staand en lopend want (tuigage, takelage) uitrusten
ein Segelschiff mit stehendem und laufendem Gut (Takelage, Takelwerk) ausstatten
„Während daß die Zimmerleute ihn bearbeiteten, ließ ich den großen Mast ganz neu betakeln, und das Takelwert des Fockmasts mit einer Auswahl der besten Stücke von dem allen ausbessern.“
„Terwijl de timmerlieden hem bewerkten, liet ik de grote mast helemaal opnieuw optuigen en het touwwerk van de fokkemast met een keuze uit de beste stukken van dat alles herstellen.“