„Sie parkten knapp jenseits des Flusses, stiegen durch den Drahtzaun und betrachteten, während sie gemächlich dahinspazierten, die Schneise, die der Wagen durch das Unterholz und die jungen Bäume gepflügt hatte.“
"Ze parkeerden net voorbij de rivier, klommen door het draadhek en bekeken, terwijl ze gemoedelijk voortwandelden, de bres die de wagen door het kreupelhout en de jonge bomen had geploegd."