blijven zitten- werkeloos ergens langere tijd zitten
untätig irgendwo länger sitzen
„Sie war eine schöne Blonde mit blauen Augen und der Gestalt einer antiken Statue; nachdenklich, in sich versunken saß sie da und schien von einem bitteren Kummer verzehrt.“
„Zij was een mooie blondine met blauwe ogen en de gestalte van een antiek standbeeld; nadenkend, in zichzelf verzonken zat zij daar en scheen door een bitter verdriet verteerd.“
„General von Kyau hat grobklotzig dagesessen, die Füße fest auf die Erde gestemmt.“
„Generaal von Kyau heeft er lomp gezeten, de voeten stevig op de aarde gestemd.“
2
alleen zitten- in een bepaalde (ongunstige) situatie verkeren, zonder steun staan
in einer bestimmten (ungünstigen) Lage sein, ohne Unterstützung zu haben
„Mir war in den letzten Jahren klar geworden, dass man sich um seine Freunde zu kümmern hatte, wollte man nicht irgendwann allein dasitzen.“
„Mij was in de laatste jaren duidelijk geworden dat men zijn vrienden moest onderhouden, wilde men niet ooit alleen komen te zitten.“