
je- vorm van het bezittelijk voornaamwoord ‘dein, deine, dein’: toont het bezit, de eigendom of het toebehoren van een persoon of zaak aan een tegenover de spreker staande persoon, zaak aan
Form des Possessivpronomens „dein, deine, dein“: Zeigt den Besitz, das Eigentum oder die Zugehörigkeit einer Person bzw. Sache zu einer dem Sprecher direkt gegenüberstehenden Person, Sache an