
delegeren- iemand een taak doorschuiven, iemand met een taak belasten, rechten of taken afstaan, taken aan een ander overdragen
jemandem eine Aufgabe weiterreichen, jemanden mit einer Aufgabe betrauen, Rechte oder Aufgaben abtreten, Aufgaben auf einen anderen übertragen
afvaardigen- iemand naar een plaats sturen waar hij een bepaalde taak moet vervullen
jemanden an einen Ort schicken, wo er eine bestimmte Aufgabe wahrnehmen soll