
doormaken- iets meemaken, iets doorlopen
etwas miterleben, etwas durchlaufen
doorstaan- iets negatiefs lijden, iets zwaars doorleven
etwas Negatives erleiden, etwas Schweres durchleben
doorgaan- met een bepaalde bezigheid zonder pauze doorgaan
mit einer bestimmten Tätigkeit ohne Pause fortfahren