es schaffen, aus einer Gefangenschaft zu fliehen, sich einer Überwachung zu entziehen
„Er hatte schon einmal einen kleinen frierenden Burschen, den er obdachlos in den Straßen getroffen hatte, hereingenommen, und der war am andern Morgen mit Uhr und Brieftasche echappiert!“
“Hij had al eens een kleine rillende knaap, die hij dakloos op straat had getroffen, opgenomen, en die was de volgende ochtend met horloge en portefeuille ontsnapt!”
„So wie man knapp vor der Tür des Zahnarztes nach einem Vorwand sucht, um noch kehrt zu machen, ehe man die Klingel zieht, möchte ich noch rasch echappieren.“
“Zoals men vlak voor de deur van de tandarts naar een voorwendsel zoekt om nog om te keren, voor men aanbelt, zou ik nog snel willen ontsnappen.”