„Ehegestern waren die Ambassadeurs der GeneralStaaten der vereinigten Niederlanden bey Monsr. de Pontchartrain/ welcher selbige sehr freundlich empfieng.“
„Eergisteren waren de ambassadeurs van de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden bij de heer de Pontchartrain, die hen zeer vriendelijk ontving.”
„Dem guten Freitag war der Schrekken von ehegestern noch so gegenwärtig, daß er sich kaum entschliessen konte, seinen Herrn auf das Verdek des Schiffes zu begleiten.“
„De goede vrijdag had de schrik van eergisteren nog zo voor ogen dat hij zich nauwelijks kon besluiten zijn heer naar het dek van het schip te vergezellen.”