
inslaan- een oppervlak kapotmaken en daarmee iets (bijvoorbeeld een ruit) vernielen
eine Oberfläche kaputtmachen und damit etwas (zum Beispiel eine Fensterscheibe) zerstören
beuken op- iemand of iets met slagen bewerken/mishandelen
jemanden oder etwas mit Schlägen bearbeiten/traktieren
beitelen- iets met slagen in een oppervlak drijven (bijvoorbeeld een spijker in een plank of een gravure in een steen)
etwas mit Schlägen in eine Oberfläche hineintreiben (zum Beispiel einen Nagel in ein Brett oder eine Gravur in einen Stein)
schransen- met goede eetlust veel eten
mit gutem Appetit viel essen