„Der erbsengrüne Glanzlack war billig, dafür aber leicht sauberzumachen, und der Geruch nach Desinfektionsmitteln überdeckte den Gestank des muffigen schlammbraunen Teppichs.“
„De erwtgroene glanslak was goedkoop, maar daarentegen gemakkelijk schoon te maken, en de geur van ontsmettingsmiddelen overstemde de stank van het muffe modderbruine tapijt.“
„Der Mann öffnete die Eisentür; Harrogate trat allein in die Zelle. Ein erbsengrün gestrichener Raum aus Beton.“
„De man opende de ijzeren deur; Harrogate trad alleen de cel binnen. Een erwtgroen geschilderde ruimte van beton.“