„Bis in den späten Nachmittag war die Wirtin, eine junge Person, meist allein mit […] den Flaschen in dem fichtenen, auf altdeutsch zugestrichenen Regel […]“
„Tot in de late namiddag was de waardin, een jonge persoon, meestal alleen met […] de flessen in het vurenhouten, in oud-Duitse stijl geverfde gelag […]“
„Wenn man Klepper glauben mag, gab es im neuen Apartment nur noch fichtene Möbel, die allerdings besonders schön verarbeitet waren.“
„Als men Klepper mag geloven, waren er in het nieuwe appartement alleen nog vurenhouten meubels, die overigens bijzonder mooi bewerkt waren.“