10 Kilometer flussaufwärts liegt ein kleines Dorf.
10 kilometer stroomopwaarts ligt een klein dorp.
„Sechs Tage in der Woche stellten sie ihre Netze auf und fingen Lachse und Störe, die mit der Flut flussaufwärts schwammen.“
"Zes dagen in de week zetten zij hun netten uit en vingen zalmen en steuren, die met de vloed stroomopwaarts zwommen."