Der alte Graf freite um die schöne Tochter des armen Bauern.
De oude graaf maakte het hof aan de mooie dochter van de arme boer.
„Er dachte daran, was sein Vater ihm gesagt hatte, daß es nämlich an der Zeit wäre, daß er freien müsse und den Hof übernehmen solle.“
"Hij dacht eraan wat zijn vader hem had gezegd, dat het namelijk tijd werd dat hij het hof moest maken en de boerderij moest overnemen."