Bezeichnung für die Artikulation von Lauten, die durch Verengung des Artikulationskanals ein Reibegeräusch erhalten
Frikativ werden im Deutschen gebildet: [f], [v], [s], [z], [ʃ], [ç], [j], [x] und [h]. Weitere, frikativ gebildete Laute kommen in Fremdwörtern vor, z.B. [ʒ] in "Journal".
In het Duits worden fricatief gevormd: [f], [v], [s], [z], [ʃ], [ç], [j], [x] en [h]. Andere, fricatief gevormde klanken komen in leenwoorden voor, bijv. [ʒ] in “Journal”.
„Die im Siebs vorgeschriebene frikative Aussprache (Reibelaut) des »g« als [ç] im Suffix »-ig« (z. B. wenig, König) ist nur nord- und mitteldeutsch allgemein üblich.“
“De in Siebs voorgeschreven fricatieve uitspraak (wrijfklank) van de »g« als [ç] in het suffix »-ig« (bijv. wenig, König) is alleen in Noord- en Middel-Duitsland algemeen gebruikelijk.”